Vanaf het midden van de twintigste eeuw werd de monochrome schilderkunst een cruciale onderzoeksruimte binnen de Europese avant-garde. Kunstenaars ontdekten dat één kleur, in al haar schakeringen, intensiteiten en texturen, een eigen universum kon openen. De monochrome schilderkunst werd een tegenbeeld van de schrilheid van de consumptiemaatschappij: een plek van concentratie, stilte, reductie. Kleur werd gedefinieerd als licht, als energie, als materie, als transcendentale ervaring, gebundeld onder het credo: de ruimte in kleur zichtbaar maken zonder verwijzingen naar de buitenwereld. Begrippen als oneindigheid, leegte, het niets en de metafysische eigenschappen van licht werden geen filosofische abstracties, maar concrete picturale fenomenen.
Werk van o.a. Ben Benaouisse, Hugo Declercq, Olga Moreno, Jef Verheyen, Walter Leblanc, Bill Orix, Daniël Grassigliata, Marleen Van Moere, Ilse Pierard, Gilbert Swimberghe, Jan D’Hooghe, Bernard Sercu, Georges De Meerschman, Kris De Plecker, Cel Overghe en Filip Fierens.



